Tij printer voor verpakkingslijnen

Een tij printer drukt data, batchcodes, barcodes en QR-codes direct op karton, kunststof, metaal en andere oppervlakken, zonder etiket. De spuitmondjes zitten op de inktcartridge, die de printer op 1–5 mm van de verpakking houdt.

Er zijn drie modellen tij printer: GT-100E is een handmodel dat ook op een lijn kan worden gemonteerd, met codes van 1–12,7 mm hoog. ST-210S-H1 is vast op een lijn gemonteerd met één printkop voor codes tot 12,7 mm hoog. ST-210S-H2 is eveneens vast gemonteerd, maar heeft twee printkoppen en print tot 25,4 mm hoog of markeert twee plaatsen in één doorgang.

Maak uw keuze op basis van printhoogte, handmatig of vast gebruik, één of twee koppen en dataverbindingen. In de vergelijkingstabel onder de producten ziet u de verschillen tussen de drie tij printers.

Hoe een tij inkjet een code op een verpakking zet

ST-210S-H1 printkop op zijn houder met de inktcartridge geplaatstIn een tij inkjet verwarmt een klein element in elk spuitmondje de inkt tot er een bel ontstaat die een druppel naar buiten duwt. De spuitmondjes zijn onderdeel van de inktcartridge, dus elke nieuwe cartridge heeft ook nieuwe spuitmondjes. De cartridge zit op 1–2 mm van het oppervlak bij de GT-100E en 1–5 mm bij de ST-210S printers. De druppels vormen tekst, barcode of logo terwijl de verpakking passeert.

De code ontstaat doordat de printkop en het oppervlak langs elkaar bewegen. Op een rollenbaan blijft de printkop vast staan terwijl de verpakking op een vaste afstand voorbijgaat. Bij de GT-100E in handgebruik houdt u de printer vlak tegen de doos, buis of het onderdeel en beweegt u deze over het oppervlak. De print wordt kolom per kolom opgebouwd; de ingebouwde encoder in de GT-100E telt de afgelegde afstand, zodat de beweging niet exact op snelheid hoeft, maar de printer moet wel vlak blijven.

De afstand tussen cartridge en oppervlak is belangrijk omdat de inktdruppels door de lucht reizen. Is de opening te groot, dan spreiden de druppels uit en worden de randen van de code vaag of onscherp. Op een lijn houden geleideplaten elke verpakking op 1–5 mm van de spuitmond. Als een doos van de geleider afwijkt of het oppervlak ongelijk is, kan de code vaag of onderbroken zijn. Bij handgebruik moet de printer overal vlak blijven, zodat de spuitmond steeds 1–2 mm afstand houdt.

Zonder encoder gebruikt de printer een vaste lijnsnelheid die u op het scherm instelt. Als de rollenbaan vertraagt of stopt, rekt of krimpt de code en kunnen de strepen van een barcode onleesbaar worden. Een encoder meet de werkelijke verplaatsing van de goederen, zodat de code zijn lengte behoudt, ook als de snelheid verandert. Voor goederen die met de hand worden doorgeduwd of lijnen die stoppen en starten, is de encoder nodig om elke code op de juiste maat te houden.

Het fotocel-oog wordt vóór de printkop gemonteerd en geeft de printer een signaal wanneer een verpakking nadert. Een ingestelde vertraging op de printer bepaalt hoe ver van de voorrand van de verpakking de code start. Als twee verpakkingen elkaar raken bij het passeren van het oog, ziet de printer ze als één lange verpakking en wordt er maar één code geprint. Elke verpakking moet dus een duidelijke tussenruimte hebben.

Bij de ST-210S printers kunt u via ingangen de print spiegelen of omdraaien, zodat de code correct leesbaar is als de kop aan de andere kant van de lijn hangt of als de lijn de andere kant op draait. Bij printen op folie of metaal moet de verse code even drogen, dus mag er direct na het printen niets tegenaan komen.

Kiezen tussen een handmatige of vaste inkjetprinter

GT-100E handmatige tij printer die een datum en QR-code op een karton printDe GT-100E is een handmatige inkjetprinter met accu, geschikt voor het markeren van dozen, buizen of onderdelen met de hand. Hij kan ook vast op een lijn worden gemonteerd voor automatisch printen. De ST-210S-H1 en ST-210S-H2 zijn vast op de rollenbaan gemonteerd, met één of twee printkoppen en een aparte controller.

De GT-100E heeft een 5-inch touchscreen en werkt op accu, terwijl de vaste modellen een 7-inch scherm, een netwerkpoort en meer in- en uitgangen bieden. De ST-210S-H2 heeft twee koppen en print tot 25,4 mm in één blok of markeert twee zijden tegelijk. Als kartonprinter op een verpakkingslijn print een vast model elke doos die passeert, zonder dat iemand de printer hoeft vast te houden.

Een handprinter zoals de GT-100E wordt gebruikt waar goederen niet over een rollenbaan gaan. Grote buizen, metalen profielen of panelen op rekken worden gemarkeerd terwijl ze stil staan. Dozen die al op een pallet gestapeld zijn of op de vloer liggen, kunnen gecodeerd worden zonder ze naar een lijn te brengen. De printer wordt naar elk item gebracht, zodat er geen rollenbaan of vaste codeerplek nodig is.

Handmatig gebruik past ook bij kleine reeksen of situaties waar veel verschillende producten per dag gecodeerd worden. U typt de tekst op het scherm, print de code op het product en gaat verder naar het volgende. Er hoeft geen lijn te worden opgebouwd of geleideplaten te worden aangepast. Eén printer kan meerdere werkplekken bedienen, zoals goederenontvangst en verzending, door hem te verplaatsen waar nodig.

Bij handmatig gebruik van de GT-100E houdt u de printer vlak tegen het oppervlak en trekt u hem in één vloeiende beweging over het product, zodat de spuitmond steeds 1–2 mm afstand houdt. Op een buis beweegt u de printer langs de lengte, waar de afstand gelijk blijft. Als de printer kantelt of wordt opgetild, kan de code schuin of onderbroken worden.

Een vaste printer zoals de ST-210S-H1 of ST-210S-H2 wordt gebruikt als elke verpakking op hetzelfde punt op een rollenbaan passeert. De code komt steeds op dezelfde plek en niemand hoeft de printer vast te houden. De ST-210S printers kunnen data ontvangen van uw eigen systeem via de netwerkpoort, zodat de tekst niet op het scherm hoeft te worden ingetikt.

De GT-100E kan ook op een lijn worden gemonteerd met een externe fotocel en encoder, wat past bij een kleine lijn of een lijn die nog in opbouw is. In vergelijking met de ST-210S printers heeft hij geen 600 DPI, netwerkpoort, 7-inch scherm of tweede kop. De uitneembare accu van de GT-100E maakt het mogelijk om tijdens een shift een volle reserveaccu te plaatsen.

De belangrijkste vragen zijn of de goederen op een rollenbaan bewegen of stilstaan, hoeveel verpakkingen er per dag gecodeerd worden, of de code per verpakking verandert en waar de gegevens vandaan komen, en of de code op één of twee plaatsen moet komen.

GT-100E, ST-210S-H1 en ST-210S-H2: belangrijkste verschillen

In de onderstaande tabel vergelijkt u de drie tij printers: GT-100E, ST-210S-H1 en ST-210S-H2. U vindt het type en aantal printkoppen, printhoogte, resolutie, snelheid, printafstand, scherm, datapoorten, stroomvoorziening, cartridge, afmetingen en garantie.

Bij het lezen van de vergelijkingstabel begint u met het type printer en de printhoogte. Hebt u een code nodig die hoger is dan 12,7 mm of codes op twee plaatsen van één verpakking, dan past alleen de ST-210S-H2. Kijk daarna naar de resolutie: kleine barcodes en 2D-codes zoals DataMatrix vragen om fijne puntjes, die de ST-210S printers leveren tot 600 × 600 DPI. Voor dataverbindingen: data uit uw eigen systeem via de netwerkpoort vraagt om een ST-210S printer. De GT-100E ontvangt data via USB en RS232. Dit is ook het enige model dat op een batterij werkt.

Model GT-100E ST-210S-H1 ST-210S-H2
Type Handmodel, ook op een lijn inzetbaar Vast op een lijn, één kop Vast op een lijn, twee koppen
Printhoogte 1–12,7 mm tot 12,7 mm tot 25,4 mm (2 × 12,7 mm)
Resolutie tot 300 × 300 DPI tot 600 × 600 DPI tot 600 × 600 DPI
Printsnelheid tot 406 m/min bij 90 DPI tot 406 m/min bij 90 DPI tot 406 m/min bij 90 DPI
Printafstand 1–2 mm 1–5 mm 1–5 mm
Scherm 5-inch touchscreen 7-inch touchscreen 7-inch touchscreen
Datapoorten USB, RS232 netwerk, USB, RS232 netwerk, USB, RS232
Stroomvoorziening batterij 12,6 V / 3350 mAh of adapter 100–240 V adapter 100–240 V adapter 100–240 V
Inktcartridge 42 ml, RFID-chip 42 ml, RFID-chip 2 × 42 ml, RFID-chip
Afmetingen 220 × 140 × 95 mm controller 202 × 119 × 61,2 mm, kop 112 × 79 × 103 mm controller 202 × 119 × 61,2 mm, elke kop 112 × 79 × 103 mm
Garantie 12 maanden 12 maanden 12 maanden

Wat een datumprinter op uw verpakking zet

Alle drie printen tekst, tijd en datum, een ploegmarkering, serienummers en een logo, zodat elk toestel ook als houdbaarheidsdatumprinter werkt. Barcodes zijn onder meer CODE39, CODE128, EAN13, EAN14 en UPCA; 2D-codes zijn QR code, GS1 DataMatrix, MicroQR en PDF417.

Velden kunnen gevuld worden vanuit een databank, zodat de inkjet datumprinter batchgegevens of productinformatie print die per verpakking verschilt.

De datum en tijd op elke verpakking komen uit de interne klok van de printer. Dit betekent dat een datumveld automatisch om middernacht wijzigt, zodat u de datum niet elke dag handmatig hoeft in te geven. Staat de klok verkeerd, dan wordt op elke verpakking de verkeerde datum gedrukt. Controleer na het instellen van de printer zowel de klok als het datumformaat, zodat deze overeenkomen met wat op uw verpakking moet staan.

Een ploegmarkering verandert met het tijdstip, zodat de code toont welke ploeg de goederen verpakt heeft. Tellers kunnen zo ingesteld worden dat ze bij elke print één optellen, waardoor elke verpakking een uniek serienummer krijgt of het aantal verpakkingen in een batch wordt bijgehouden. De ST-210S printers kunnen meer dan 20 onafhankelijke tellers bijhouden, bijvoorbeeld één per product of per ploeg.

EAN13 en UPCA worden gebruikt op consumentenverpakkingen voor scannen aan de kassa, terwijl EAN14 omdozen markeert. CODE128 is gangbaar in de logistiek, en NVE18, de Duitse benaming voor de SSCC, nummerert verzendeenheden zoals pallets. Een 2D-code zoals een QR code kan een webadres of batchinformatie bevatten, en GS1 DataMatrix wordt gebruikt waar één kleine code productnummer, batch en houdbaarheidsdatum samen moet dragen.

Binnen de printhoogte van 12,7 mm per kop kunt u meerdere regels instellen, bijvoorbeeld een THT-datum, een batchnummer en het tijdstip in twee of drie regels.

Hoe een industriële inkjetprinter werkt op een rollenbaan

ST-210S-H1 printkop op zijn beugel boven een rollenbaan, met de controller erachterOp een lijn staat de printkop op een beugel naast de rollenbaan, 1–5 mm van de verpakking. Geleiderplaten houden de goederen op lijn en voorkomen contact met het mondstuk. De fotocel detecteert elke verpakking, en de encoder volgt de bandsnelheid voor een correcte codelengte.

De printkop kan zowel de zijkant als de bovenzijde van elke verpakking markeren. Voor zijbedrukking loopt de verpakking langs een geleiderail, die de afstand tot de printkop constant binnen 1–5 mm houdt. Voor bedrukking van bovenaf moeten alle verpakkingen dezelfde hoogte hebben, want een lagere verpakking passeert te ver van de kop en krijgt een vage code.

Geleiderplaten vóór de printkop brengen elke verpakking op lijn en staan 0,5–2,5 mm van de verpakking, zodat een bolle of slecht gesloten doos de plaat raakt en niet het mondstuk. De koppen van de ST-210S printers kunnen ook uitgerust worden met anti-botsingsdelen, voor lijnen waar verpakkingen in vorm variëren.

Bij 600 DPI printen de ST-210S printers tot 60 m/min, dus een verpakkingslijn die trager loopt kan op volle resolutie scherpe codes krijgen. Loopt uw lijn sneller, dan moet u een lagere resolutie kiezen: 300 DPI laat 120 m/min toe.

De alarmlicht-uitgang sluit u aan op een lamp of stuurt een signaal naar de lijnbesturing, zodat een storing direct opvalt en niet pas na een hele pallet zonder code. Externe tekstselectie laat de lijnbesturing kiezen welke opgeslagen tekst de printer gebruikt, handig als één lijn meerdere producten verpakt. De serienummer-uitgang geeft het geprinte nummer door aan de lijn.

Bij de ST-210S-H2 kunnen de twee koppen gestapeld worden om één blok tot 25,4 mm te printen, bijvoorbeeld een grote datum met een batchregel, of uit elkaar geplaatst zodat één kop de bovenzijde en de andere de zijkant van een verpakking in één doorgang markeert.

Tij printer of een andere codeermethode

Tij inkjet is één van de manieren om een verpakking te coderen. De gesloten cartridges hebben hun eigen mondstuk, waardoor een inkjet codeermachine van dit type weinig onderhoud vraagt; de beperking is de korte afstand van 1–5 mm tussen cartridge en verpakking. Continuous inkjet printers spuiten een constante stroom druppels en hergebruiken de inkt die niet wordt geprint. Ze printen van grotere afstand en op gebogen oppervlakken, maar gebruiken naast inkt ook make-up vloeistof en vragen meer onderhoud.

Een lasercodeerder markeert de verpakking door een dun laagje te verbranden of te verwijderen, zonder inkt. Een etiket is beter als de tekst lang is, als het oppervlak geen inkt opneemt of als de code al voor het verpakken klaar moet zijn; een etiketteermachine brengt voorbedrukte etiketten aan. De tij printers hier zijn geschikt waar u direct op de verpakking wilt markeren, met codes tot 25,4 mm hoog en keuze uit handmodel of vaste opstelling.

In dagelijks gebruik vraagt een tij printer geen opstart- of afsluitprocedure zoals een continuous inkjet printer: er is geen inktcircuit om te spoelen, en een cartridge wisselen duurt ongeveer een minuut. Elke nieuwe cartridge heeft nieuwe mondstukken, zodat de printkwaliteit constant blijft. Een continuous inkjet printer daarentegen circuleert inkt via pompen en filters die regelmatig onderhoud vragen, zoals reinigen, filters vervangen en het bijhouden van make-up vloeistof.

De belangrijkste beperkingen van deze technologie zijn de printhoogte en de afstand tot de verpakking. De printkoppen hier dekken elk 12,7 mm, dus grote tekens op grote omdozen vragen twee koppen of een andere techniek. Door de korte afstand tot de verpakking zijn diepe uitsparingen of sterk gebogen oppervlakken moeilijk te markeren. Coderen in een diepe tray of rond een kleine ronde fles is daarom lastig.

Continuous inkjet is de gebruikelijke keuze voor zeer snelle lijnen en voor ronde producten zoals blikken en flessen, omdat deze van grotere afstand print en een gebogen oppervlak kan markeren.

Een lasercode kan niet worden weggeveegd en heeft geen inkt nodig, maar de laser moet afgestemd zijn op het te markeren materiaal. De dampen die door de laser ontstaan, moeten uit de werkruimte worden afgezogen en de initiële kostprijs van een lasercoder ligt meestal hoger dan die van een tij printer. Lasermarkeren wordt gebruikt waar permanente codes nodig zijn en het materiaal dit toelaat.

Thermotransferprinters gebruiken een lint om op flexibele folie te printen en worden meestal ingebouwd in zakkenvul- of flowpackmachines. Voor folieverpakkingen die op zulke machines worden gemaakt, zijn ze de standaardkeuze. Waar het oppervlak vlak is, zoals op dozen en schalen, de code niet hoger is dan 25,4 mm en de lijnsnelheid de vereiste resolutie toelaat, is een tij printer een eenvoudige coder om in bedrijf te houden.

De juiste inkt kiezen voor uw verpakkingsoppervlak

ST-210S-H2 controller en printkoppen boven een kartonnen doos op de lijnDe inkt voor een tij printer moet afgestemd zijn op het oppervlak. Poreuze oppervlakken zoals karton, papier en onbehandeld hout nemen watergedragen inkt op. Niet-poreuze oppervlakken zoals plastic folie, metaal, glas en gecoate dozen vragen een solventinkt die op het oppervlak droogt.

Op een donker oppervlak blijft een lichte inkt zoals wit goed leesbaar, en onzichtbare inkt wordt alleen zichtbaar onder UV-licht. Waar de inkt in contact kan komen met voeding, gebruikt u een voedselveilige inkt, dus de cartridge wordt gekozen op basis van zowel het product als het oppervlak.

Test de inkt altijd op uw eigen verpakking voordat u de lijn start. Print een code, wacht tot deze droog is en wrijf er met uw duim over. Vervaagt of vlekt de code, probeer dan een ander type inkt of een oppervlaktebehandeling.

Plastic folies kunnen verschillen: sommige nemen inkt goed op, andere hebben een glad oppervlak waarop de inkt niet hecht. Uw folieleverancier kan aangeven of het oppervlak geschikt is gemaakt voor bedrukking.

Natte, koude of vette oppervlakken nemen inkt slecht op. Condens op een verpakking die uit een koelruimte komt, verhindert dat de inktdruppels hechten, dus print voor de koelruimte of droog het oppervlak eerst. Solventinkten drogen snel op folie, metaal en glas, maar drogen ook snel uit in de sproeikoppen. Haal daarom de cartridge uit het apparaat en sluit deze af als de printer langer stilstaat.

Voedselveilige inkt is nodig voor codes die rechtstreeks op voeding worden geprint, zoals op eieren, of waar de inkt het product kan raken. Een code op een gesloten buitenverpakking komt niet in contact met voeding, dus daar volstaat standaardinkt.

Zwarte inkt geeft het sterkste contrast op witte of bruine kartonnen dozen. Cartridges hebben een houdbaarheidsdatum, koop dus alleen wat u binnen die tijd gebruikt en bewaar reservecartridges gesloten, koel en droog.

Inkts en cartridges voor uw inkjetcoder

Deze printers werken met 42 ml cartridges met een contactloze RFID-chip. De chip geeft aan welke inkt geladen is en registreert het gebruik. Inkten zijn verkrijgbaar in voedselveilige, watergedragen, oliehoudende, zwak solvent en solvent varianten.

U kunt kiezen uit zwarte, witte, rode, gele, blauwe, groene, onzichtbare en UV-inkten. De fabrikant noemt karton, plastic, metaal, plaatmateriaal, buis, steen, kabel, glas, elektronische componenten, auto-onderdelen en industriële of voedingsverpakkingen als oppervlakken die deze printers kunnen markeren.

Omdat de chip het inktgebruik registreert, kan de operator de cartridge vervangen voordat de code op de lijn vervaagt.

Bij het wisselen van een cartridge stopt u het printen, verwijdert u de oude cartridge schuin en plaatst u de nieuwe op dezelfde manier. Veeg het sproeiplaatje schoon met een pluisvrije doek om stof of opgedroogde inkt te verwijderen en print een testcode om de printkwaliteit te controleren.

De ST-210S-H2 gebruikt twee cartridges, één per printkop. Houd minstens één reservecartridge per kop aan de lijn, zodat u zonder vertraging kunt wisselen. Geef bij bestelling van een printer aan waarop u print en of de inkt voeding mag raken, zodat de juiste cartridge wordt geleverd. Als een lijn producten in verschillende materialen verpakt, zoals karton en folie, houd dan beide inkten aan de lijn en label welke cartridge bij welk product hoort.

Wat een code op een verpakking moet doen

Een code op een verpakking heeft twee functies. Een datum en een batchcode maken het mogelijk elke verpakking tot de productierun te herleiden, wat nodig is als een batch moet worden teruggevonden. Een serienummer of QR-code gaat verder en identificeert elke verpakking afzonderlijk.

Als een scanner de code verderop in de lijn leest, moet de code scherp en groot genoeg zijn. Kies de resolutie en codehoogte met het oog op de scanner en test deze op uw eigen verpakking voordat de lijn draait.

De meeste voorverpakte voeding in de EU moet een ten minste houdbaar tot- of te gebruiken tot-datum en een lotnummer dragen voor traceerbaarheid. Retailers eisen vaak een barcode op buitenverpakkingen voor logistiek in magazijn en winkel. Een ontbrekende of onleesbare code betekent een afgekeurde verpakking of handmatig herlabelen.

Plaats de code op een vlak, glad paneel, weg van vouwen, kleppen, naden en lijmlijnen, en altijd op dezelfde plek op elke verpakking. Zo vinden mensen en scanners de code snel terug. Een barcode vraagt sterk contrast: een donkere code op een lichte achtergrond, een vrije marge eromheen en streepjescodes die niet uitlopen. Print met een resolutie die hoog genoeg is voor de benodigde streepbreedte.

Controleer de code op het punt waar deze wordt gelezen: na het wikkelen, na koeling of na transport. Een code die bij de printer scherp was, kan later worden weggeveegd of bedekt.

Een batchcode helpt alleen als deze wordt geregistreerd, dus koppel elke batchcode aan de datum, de lijn, de ploeg en de partijen grondstof. Zo kan een klacht of recall beperkt blijven tot de betrokken verpakkingen. Schrijf de datum in het formaat dat uw markt gebruikt en houd dit gelijk voor alle producten. Een datum die op twee manieren kan worden gelezen, bijvoorbeeld dag en maand omgewisseld, is een veelvoorkomende bron van klachten.

Verbruikskosten van een tij printer

Het inktverbruik hangt af van de hoogte van de code, de hoeveelheid tekst en de printresolutie. De kostprijs per print is de prijs van een cartridge gedeeld door het aantal codes dat ermee wordt geprint. De GT-100E toont de printkosten op het scherm. De inktcartridge registreert hoeveel inkt is verbruikt, zodat u het verbruik rechtstreeks op de printer kunt volgen.

Om uw werkelijke verbruikskosten te bepalen, print u uw eigen code op uw verpakking gedurende een vaste periode, leest u op de printer af hoeveel inkt is verbruikt en telt u het aantal prints. Zo weet u hoeveel van uw codes één cartridge oplevert. Het inktverbruik daalt bij lagere resolutie, minder tekens, kleinere tekst en geen logo. Print dus op de laagste resolutie die nog een goed leesbare code geeft en laat velden weg die niemand leest.

Bij deze technologie is er geen make-up vloeistof, geen filter en geen pomp die onderhoud vraagt. Inkt gaat verloren als een cartridge open blijft in een printer die stilstaat, omdat de sproeiers dan uitdrogen en slecht printen. Reken ook de kost van een slechte code mee: verpakkingen die opnieuw gecodeerd of met de hand gelabeld moeten worden, een batch die niet traceerbaar is of een klacht van een klant.

Wat de prijs van een datumcoder bepaalt

De prijs van een datumcoder hangt af van het feit of deze handbediend of vast gemonteerd is, het aantal printkoppen, de printresolutie en de maximale codehoogte. Een netwerkpoort voor gegevens uit uw eigen systeem verhoogt de prijs ook.

De actuele prijs van elke tij printer vindt u op de productkaart hierboven. Alle modellen worden geleverd met 12 maanden garantie.

Een complete codeerplek aan de lijn omvat meer dan alleen de printer. U heeft een beugel, geleideplaten, een fotocel en, waar de snelheid varieert, een encoder nodig. Vraag ons via de Offerte aanvragen-knop welke onderdelen bij de printer horen en welke u apart moet bestellen. Vraag ook naar de prijs van reservecartridges bij de offerte, want die bepalen de verbruikskosten op termijn.

De ST-210S-H2 kan op twee plaatsen op een verpakking coderen met één controller en één scherm, zodat u maar één machine hoeft te installeren en te onderhouden in plaats van twee. Voor een offerte van een printer met een voorraad cartridges gebruikt u de knop Offerte aanvragen op de productkaart. Met de knop Toevoegen aan aanvraag verzamelt u meerdere producten in één aanvraag.

Wat u moet controleren voor u bestelt

Controleer voor u een tij printer bestelt het oppervlak en de benodigde inkt, de codehoogte, de lijnsnelheid en de resolutie. Bepaal waar op de verpakking de code moet komen, bijvoorbeeld bovenop, aan de zijkant of op beide plaatsen. Zorg voor een stevige plek voor de beugel en 1–5 mm afstand tot de goederen. Controleer waar de data vandaan komt: van het scherm of uit uw eigen systeem.

U hebt een apart stopcontact, aarding en bij voorkeur een UPS nodig. In de vergelijkingstabel hierboven ziet u welke printer past bij uw codehoogte, snelheid, dataverbindingen en aantal printkoppen.

Noteer exact wat de code moet vermelden, inclusief welke datum en in welk formaat, de batch, het tijdstip of de ploeg, tellers, het type barcode en het aantal regels. Controleer of dit allemaal past in 12,7 mm per kop of 25,4 mm met twee koppen.

Meet uw productielijn op: de laagste en hoogste snelheid, of de lijn stopt en start (dan hebt u een encoder nodig), de afstand tussen de verpakkingen en of de verpakkingen langs een geleiderail lopen. Bepaal van welke kant van de lijn de code wordt geprint. Printen van boven vereist verpakkingen van gelijke hoogte, printen op de zijkant vraagt een rail om de afstand constant te houden. Noteer ook de smalste en breedste verpakking, want de rail moet beide op gelijke afstand van de kop houden.

Controleer de ruimte waar de printer komt te staan: deze printers werken bij 0–45 °C en 30–70 % relatieve vochtigheid. Stof, spatten en condens uit koelruimtes vragen extra aandacht. Bepaal wie de printer bedient, wie de cartridges wisselt en wie de teksten aanpast. Het scherm werkt in meer dan 40 talen, zodat u het kunt instellen voor uw team.

Installatie en onderhoud van een batchcoderingstoestel

Installeer het batchcoderingstoestel op een eigen geaard stopcontact, niet gedeeld met andere apparatuur. Gebruik indien mogelijk een UPS. Monteer de beugel trillingsvrij en plaats geleideplaten met 0,5–2,5 mm speling om te voorkomen dat goederen het mondstuk raken.

Plaats en verwijder cartridges schuin, trek er nooit een uit tijdens het printen en sluit nooit kabels aan of af terwijl het toestel aan staat.

Veeg aan het begin van elke shift de mondstukplaat af met een pluisvrije doek, print een testcode en controleer de eerste verpakkingen op afdrukkwaliteit. Haal aan het einde van de shift of voor een langere stop de cartridge uit het toestel en sluit deze af. Zo drogen de mondstukken niet uit en kan de volgende shift starten met een schone afdruk.

Gebruik alleen een pluisvrije doek om de mondstukplaat schoon te maken. Papieren doekjes laten vezels achter en vingers laten vet achter, wat de mondstukken kan verstoppen. Raak de mondstukken of de elektrische contacten van de cartridge niet aan; houd deze vast aan de behuizing.

Een vage of onderbroken code wijst meestal op uitgedroogde of stoffige mondstukken of een te grote afstand tot de verpakking. Is de code te lang of te kort, controleer dan de snelheidsinstelling of de encoder. Staat de code op de verkeerde plaats, kijk dan naar de vertraging na het fotocel-oog.

Houd de printkop en controller vrij van stof, spatten en trillingen, en leg de kabel naar de kop zo dat goederen er niet achter blijven haken. Houd een kort logboek bij van de cartridgewissels en het aantal codes per cartridge. Zo kent u de echte kostprijs per code en ziet u of een cartridge sneller leeg is dan verwacht.

Vragen over tij printers

Hoe hoog kan de code zijn met deze tij printers?

De GT-100E en ST-210S-H1 printen tot 12,7 mm hoog. De ST-210S-H2 met twee koppen kan één code tot 25,4 mm printen of tegelijk op twee plaatsen markeren.

Hoe snel kan de productielijn lopen met deze printers?

Bij 90 DPI printen alle drie modellen tot 406 m/min, en bij 300 DPI tot 120 m/min. Bij 600 DPI, wat alleen de ST-210S-printers bieden, kan de lijn tot 60 m/min lopen.

Kunnen deze printers QR-codes en barcodes printen?

Ja. Alle drie printen barcodes zoals CODE39, CODE128, EAN13, EAN14 en UPCA, en 2D-codes zoals QR-code, GS1 DataMatrix, MicroQR en PDF417. De gegevens kunnen komen van een teller, de klok of een database.

In welke temperatuur en luchtvochtigheid werken deze printers?

De werkomgeving is 0–45 °C en 30–70 % relatieve vochtigheid. Dit geldt voor alle drie modellen.